Vissen overzicht

     

   

   

                                           

Hoofdmenu

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Labyrintvissen

 

De groep labyrintvissen betsaat uit kleine tot middelgrote zoetwatervissen en is inheems in Afrika en Zuid-oost AziŽ. Somiige soorten komen voor in riviermondingen, maar de meeste leven in traag stromend water. Alle leden van deze sub orde hebben een aanvullend ademhalingsorgaan: het labyrint. Dit stelt deze vissen in staat om aan de oppervalkte van het waterlucht in te ademen en daaraan zuurstof te onttrekken. Het labyrint bestaat uit dunne weefsellaagjes die rijkelijk van bloed voorzien zijn. Het vermogen om lucht te ademen werpt zijn vruchten af in de vaak zuurstofarme tropische wateren. De meeste labyrint vissen zijn zelfs afhankelijk van hun labyrint; zonder opname van lucht dood gaan ze zelfs dood in zuurstof rijke wateren.

 

Bij de meetse soorten bouwt het mannetje een drijvend aan de oppervlakte van het water. Een dergelijk nest bestaat uit een groot aantal met schuim aan elkaar gekitte luchtbelletjes en er worden ook vaak plantendelen in verwerkt. Het schuimnest is nodig om de eitjes van voldoende zuurstof te voorzien . Het hof maken gebeurd onder het nest. Het mannetje draait het vrouwtje onderste boven en de eieren (lichter dan water) stijgen op in het nest. Daar worden zowel de eieren als de jongen door het mannetje bewaakt.

 

 

 

       

Beta splendens        Colisa chuna             Colisa fasciata        Colisa lalia               Helsotoma temmincki

Siamese kempvis     Honing goerami        Gestreepte goerami Dwerg goerami         Zoenvis

 

 

       

Macropodus               Sphaerichthys         Trichogaster leeri     Trichogaster           Trichopsis 
opercularis                osphromenoides                                    trichopterus            vittata

Paradijsvis                 Chocolade goerami  Diamant goerami     Driestip goerami     Knor goerami