Colisa Lalia

     

    

   

                                                                                                                             

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wetenschappelijke naam: Colisa lalia
Nederlandse naam: Dwerg goerami 
Groep: Labyrint vissen 
Habitat: AziŽ; bewoont uiterwaarden van Bengalen en Assam (India) en Myanmar (Birma). 
Grootte: 4 cm 
Biotoop: trage rivieren, meren 
Sociaal gedrag: Dit schuwe soort is vreedzaam tegenover andere soorten. Een uitstekende gemeenschap vis voor deze tanks woningen andere vreedzame vissen. Deze soort kan gehouden worden in paren of in groepen. Tijdens de paaitijd tijden, mannetjes verdedigen een groot gebied. 
Dieet: Insectenlarven, tubifex, insecten, schaaldieren, vlokken, soms algen, vlokken, tabletten 
Kweek: Vrij gemakkelijk 
Tank: Minimum 60 liter 
Bevolking: 1 paar voor 60 liter 
Decoratie: De ondergrond moet donker om de kleuren van deze mooie vis te laten uitkomen. Plant de hoeken en zijkanten van de tank sterk en laat open zwemgelegenheden in het midden. Een paar drijfplanten zijn aan te raden om schaduw te bieden. 
Temperatuur: 22-28 į C 
pH: 6,5-7,2. 
Hardheid: 5 - 8 
Levensverwachting: 4 jaar

Stroming: Weinig

Waterlaag: Boven

 

Het lichaam is ovaal van vorm,  sterk zijdelings samengedrukt. De anale en rugvinnen beginnen in het frontale deel van het lichaam en breiden zich uit tot een bijna waaiervormige staartvin. De buikvinnen zijn lang en draadvormig. Mannetjes zijn over het algemeen oranje-rood met tal van dwarsbanden die lichtblauw van kleur zijn. De rug is oranje en de buik is zilver-turkoois. De rug-, staart-, en anale vinnen zijn oranje met licht blauwe patronen. De buikvinnen zijn ook oranje. Vrouwtjes zijn saaier van kleur, veelal zilver.

Het mannetje bouwt een schuimnest van luchtbellen en plantenresten in een ondiepe bak. Het water moet zacht tot middelhard (2-6 DH) en enigszins zuur (pH 6.2-6.9) zijn.


Iedere paring resulteert in 50 tot 200 eieren, tot in totaal 400 - 600 eieren zijn gelegd. Het mannetje spuugt de eieren in het nest. Verwijder het vrouwtje. Het mannetje zorgt voor het broeden, hoewel hij dient te worden verwijderd wanneer de eieren 24 uur later uitkomen. Begin met het voederen van de jongen met een infusria, daarna met Artemia naupliŽn. De jongen moet vaak worden gesorteerd op grootte om kannilbalisme te voorkomen.