Barbus tetrazona

     

    

   

                                                                                                                             

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wetenschappelijke naam: Barbus tetrazona

Nederlandse naam: Sumatraan
Groep: Barbelen
Habitat: Azië;Borneo en Sumatra, ook gemeld in Thailand.
Afmetingen: 7 cm
Biotoop: Dicht bij de bodem van
langzaam bewegende en kalme wateren op Sumatra en Borneo.
Sociaal gedrag: Niet aanbevolen voor een "typisch" gezelschapsaquarium, omdat deze vissen meestal hinderlijk zijn richting medebewoners. Het zijn typsche scholenvissen. Niet combineren met vissen lange vinnen (Maanvissen of Siamese kempvissen), omdat Sumatranen de vinenn zullen bijten. Een grote tank helpt tegen deze agressiviteit.
Voeding: vlokken, plantaardig voedsel,  insectenlarven, insecten, artemia, tubifex wormen.
Kweek: Vrij gemakkelijk
Tank: Minimum 120 liter
Bevolking: 10 vissen voor 120 liter
Decoratie: De tank moet goed worden beplant met harde planten. Gebruik een zandige of fijn grind substraat zodat ze kunenn graven.
Temperatuur: 24-28 ° C
pH: 6,5-7,5
Hardheid: 8 - 12

Levensverwachting: 6 jaar


Er zijn veel verschillende variaties van de Sumatraan. Ze variëren van de Albino tot groen. Hier zal ik de "originele" en naar mijn mening de mooiste beschrijven. Dee vis telt vier grote zwart-blauwe banden, die dwars over het lichaamlopen.  De derde band begint aan de basis van de rugvin en loopt uit tot het begin van de aarsvin. De dorsale en anale vinnen zijn een heldere rood-oranje en de rest van de vinnen zijn een lichtere kleur rood. De rest van het lichaam heeft een bruin-oranje kleur en de rug is bijna olijf groen. De schubben zijn (bekeken onder het juiste licht) iriserend gold of koper.

Het enige nadeel aan deze vissen is hun neiging om de vinnen van ander vissen in het aquarium aan te vallen en kapot te bijten. Zeker bij het houden van enkele exemplaren hebben ze de neiging om agressief te worden. Sumatranen moeten daarom worden gehouden in een school van ten minste zes vissen. De tank moet spaarzaam worden geplant met veel open ruimte om te zwemmen met een zanderige bodem om te graven.

 

Voeding is geen probleem, omdat ze alle soorten voedsel met inbegrip van vlokken en bevroren, eten. Niet overvoeren omdat ze vraatzuchtige eters zijn en ze eten alles wat je hen geeft. Zij geven de voorkeur aan een temperatuur van tussen de 24 en 28 ° C en een pH van 6 tot 7,5 met zacht tot hard water.

Mannetjes zijn slanker en kleurrijker dan de vrouwtjes. Ze broeden vergelijkbaar met andere soorten barbelen. De kweekbak moet een dunne laag of geen substraat hebben en een paar groene planten. Voeder de vissen met het beste eten, een paar dagen voor het overzetten naar de kweekbak. Ze paaien meestal in de ochtend na hun introductie in de tank. Een gedeeltelijke waterverversing zal ook leiden tot paaien. Het vrouwtje is de meer actieve partner en zal leiden in de hofmakerij. Na veel jagen en enkele valse paringen zal het paar paaien. De eieren worden verspreid tussen de planten en het kunnen een zeer groot in aantal zijn. Zoals de meeste barbelen zijn het eierenn eters en moeten worden verwijderd uit de tank direct na de paring. De transparante eitjes komen in ongeveer 24 uur uit bij een temperatuur van 25 ° C en de kleine jongen moeten met het beste van voedsel, zoals Artemia-naupliën worden gevoerd.