Barbus nigrofasciatus

     

    

   

                                                                                                                             

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wetenschappelijke naam: Barbus nigrofasciatus

Synoniemen: Puntius nigrofasciatus
Nederlandse: Purperkop barbeel

Groep: Barbelen
Habitat: Azië; Sri Lanka
Afmetingen: 6 cm
Biotoop: langzaam stromende bergbeken van Sri Lanka.
Sociaal gedrag: Een levendige, actieve maar vreedzame vis die scholen verkiest. Kan gecombineerd worden met andere weerhaken met verticale strepen.
Dieet: omnivoor; alle soorten levend voer; vlokken met toegevoegde groenten.
Kweek: Gemakkelijk
Tank: Minimum 60 liter
Bevolking: 6-8 vissen voor 60 liter
Decoratie: Houdt van een laag van turf of iets anders zachts op de bodem en van een goed beplante bak met ruimte om te zwemmen. Verlichting moet worden gedimt en verspreid door bijvoorbeeld breedbladige drijvende planten als Eichhornia en Ceratopteris. De vis wordt angstig in een helder verlichte aquarium. De tank moet schuilplaatsen bieden.
Temperatuur: 22-26 ° C
pH: 6-7
Hardheid: 6 - 12
Levensverwachting: 3-5 jaar

De vis heeft een hoge rug en baarddraden ontbreken. De kleur is gewoonlijk ingetogen; een roze-grijs lichaam met drie tot vier, vage zwarte banden. De eerste band bevindt zich boven het oog, terwijl de laatste nabij de staartwortel te viden is. De rug is meestal donker koperbruin. Bij vrouwtjes is de basis van de vinnen zijn overwegend zwart en bij mannetjes is de hele rugvin zwart. Bij het kweken krijgen de mannen een een intense gloed van paars-rood en de zwartachtige gebieden worden diep fluwelig zwart. Een groep van de mannen bij elkaar zullen concurreren voor de aandacht vrouwtjes en tonen daarom hun mooiste kleuren. 


Het mannetje is groter en intenser van kleur, terwijl het vrouwtje is dikker en heeft niet van kleur verandert tijdens het paaiseizoen. Voor de kweek moet het water 25-28 ° C zijn, niet te hard en een beetje zuur (tot 12 GH en pH 6). De balts begint wanneer het mannetje rond de vrouw zwemt en zijn vinnen spreidt. Als het vrouwtje terughoudend is, kan de man behoorlijk agressief zijn, dus moet ze zich kunnen verbergen. De paaing kan twee uur duren. Verwijder de volwassenen na het afzetten. De jongen komen na 24 uur uit en zwemmen direct vrij.

 

Als de eieren zijn niet voldoende bevrucht blijken, ligt het probleem meestal liggen bij de man. Scheid het paar en voedt de man overvloedig en gevarieerd. De kleine jongen hebben grote hoeveelheden infusoria en ander voedsel nodig en kunnen dan groeien tot 1cm ineen maand.